Koekjes van eigen deeg

16-04-2012 13:50, Columns, Commentaar, Stuur door,

Download column als PDF     

Klanten van banken en vermogensbeheerders gaan binnen afzienbare tijd betalen voor advies. Tot nu was financieel advies ‘gratis’. Indirect betaalt de klant de kosten van advies wel degelijk, doordat banken en vermogensbeheerders marges verdienen, zoals een distributievergoeding van fondsen die zij aan klanten adviseren. Dat moet volgens minister van Financiën Jan-Kees de Jager snel veranderen. Een totaalverbod op distributievergoedingen bij beleggingsfondsen is in de maak. Fondsen worden daardoor goedkoper. En dat is in het belang van de klant. Maar, juich vooral niet te vroeg! De belangen die ermee zijn gemoeid, zijn zodanig groot dat u hiervoor uiteindelijk de rekening betaalt. Herbezint u zich wat u echt wilt op het gebied van beleggen, want het speelveld verandert.

Voor de helderheid: een distributievergoeding is een vergoeding die een bank of vermogensbeheer ontvangt van een fonds voor het adviseren van dat fonds aan de klant of het opnemen van het fonds in de beheerportefeuille. Stel een fonds vraagt 1 procent jaarlijkse beheervergoeding dan betaalt het fonds daarvan in de regel gemiddeld 0,5 procent aan distributievergoeding aan de bank die het fonds verkoopt. Een verbod op het betalen van deze distributievergoeding bij zowel doe-het-zelf beleggen, advies als beheer lijkt een zegen, maar is het dat ook?

Voordelen
Het meest in het oog springende voordeel is dat de rendementen van actief beheerde fondsen hoger zullen uitvallen, vanwege de lagere vaste kosten. In de categorie wereldwijde aandelenfondsen (Global Large Cap Blend) neemt het percentage actief beheerde fondsen dat de index versloeg over de periode 2001-2011 met 70 procent toe als de kosten met 50 procent (aanname van Morningstar) worden verlaagd door het wegvallen van de distributievergoeding als onderdeel van de totale kosten. Onderzoek van Morningstar toont dat aan. In totaal zou dan 44,9 procent van de fondsen over 2001-2011 de index hebben verslagen tegenover 26,4 procent met distributievergoeding. Dus vooral op lange termijn heeft het een enorm positief effect op het rendement. Dit leidt tot een tweede voordeel: de vergelijking tussen passieve indexfondsen en actief beheerde fondsen wordt ‘zuiverder’, omdat op dit moment  al geen distributievergoeding wordt betaald voor passieve indexfondsen. Dit werkt in het voordeel voor de actief beheerde fondsen die hierdoor beter uit de vergelijkingen komen.

Een ander groot voordeel is dat de ‘perverse’ prikkel wordt weggenomen dat banken en vermogensbeheerders alleen maar de fondsen met de hoogste distributie-vergoeding aanbieden, adviseren en in de beheerportefeuilles opnemen. Nu is het zo dat de ene fondsaanbieder meer distributievergoeding betaalt dan de andere. Afschaffing moet ertoe leiden dat de ‘beste’ fondsen (lees: de fondsen die het meest geschikt zijn binnen het advies of beheer) geadviseerd worden c.q. in de beheerportefeuilles van klanten terecht komen. Kortom, de voorgenomen afschaffing van de distributievergoeding brengt u als belegger grote voordelen.

Nadelen
Maar nu de nadelen. Banken en vermogensbeheerders gaan alternatieve verdienmodellen hanteren, omdat zij een fors deel van hun inkomsten in rook zien opgaan. Inmiddels is het zover dat de eerste banken deze al aan haar klanten hebben bekendgemaakt. ABN Amro Private Banking kondigde onlangs aan de distributievergoeding die de bank ontvangt van beleggingsfondsen in beheer-portefeuilles door te sluizen naar haar klanten. Tot zover het goede nieuws, want vervolgens is doodleuk de beheervergoeding, die aan klanten in rekening wordt gebracht, verhoogd met 0,5 procent om de gederfde inkomsten voor de bank te compenseren. De bank merkt koeltjes op dat de tariefstructuur hierdoor transparanter wordt. Maar dus niet goedkoper.

De Rabobank gaat bij sommige bedieningsconcepten de distributievergoeding ook doorsluizen naar klanten, maar berekent de gemiste inkomsten overigens niet door. Weer andere aanbieders kiezen ervoor om zogenaamde ‘kick-backvrije’ fondsen (zonder distributievergoeding) aan te bieden, maar laten in het midden hoe zij de gemiste inkomsten gaan compenseren of verplichten klanten over te stappen op een beheeroplossing. Stappen klanten niet over dan wordt hen de deur gewezen! Nu is nog niet helder hoe de verschillende banken en vermogensbeheerders exact omgaan met de gederfde inkomsten. Wel is duidelijk dat er geen eenduidige manier is hoe banken en vermogensbeheerders het mislopen van de distributievergoeding compenseren. Dit maakt het er niet transparanter op en voor klanten wordt het lastiger om aanbieders met elkaar te vergelijken.

Ook bestaat het risico dat banken weer ‘huisfondsen’ gaan introduceren. Hiermee zouden we teruggaan in de tijd. Het beheer van deze huisfondsen besteden ze uit aan de fondsaanbieders die ze nu aanbieden. De rollen zijn dan omgedraaid. De klant belegt in het ‘huisfonds’ van de bank en betaalt 1 procent. De bank besteedt het beheer vervolgens uit aan fondsaanbieder X voor 0,5 procent. Resteert 0,5 procent marge voor de bank. Dit wordt niet als distributievergoeding bestempeld. 

Dan is er nog het nadeel dat klanten massaal vluchten in ‘execution-only’ dienst-verlening; in de volksmond ‘doe-het-zelf’ beleggen. Dus zelf in fondsen beleggen zonder advies. Echter, daar zal het verbod ook voor gelden. Fondsenplatforms als SNS Fundcoach, maar ook partijen als Binck, Alex en de banken mogen geen distributie-vergoeding meer ontvangen en moeten dus op een andere wijze hun broek ophouden. Mogelijk dat zij (weer) aan- en verkoopkosten in rekening gaan brengen. Het herinvoeren van de aan- en verkoopkosten zou alleen juist weer leiden tot een nieuwe (of eerder gezegd een ‘oude bekende’) perverse prikkel, namelijk klanten aansporen veel te handelen. Maar daarvan is wetenschappelijk aangetoond dat het een desastreus effect heeft op het lange termijn rendement.

Verschraling dienstenaanbod
Nederlanders zijn (nog) niet gewend om te betalen voor financieel advies, omdat het immers altijd ‘gratis’ was. Binnen afzienbare tijd moet klanten betalen voor advies bij banken en verzekeraars. In de meeste gevallen zijn zij daarmee goedkoper uit op lange termijn. Het nadeel is wel dat zij directe ‘out-of-pocket’ kosten hebben. Dat doet bij veel mensen waarschijnlijk de wenkbrauwen fronzen. Aan elk advies (van hypotheekadvies tot beleggingsadvies) komt een prijskaartje te hangen, wat er vooral voor de minder kapitaalkrachtigen toe leidt dat ze verstoken blijven van advies. De AFM schrijft zelf in haar jaarverslag dat zij vreest voor een verschraling van het dienstenaanbod als er een totale afschaffing van provisies komt.

Focus op meerwaarde en lange termijn aanpak
Het totaalverbod op retourprovisies bij financiële producten en distributie-vergoedingen bij fondsen moet leiden tot een gedragsverandering van klanten. Dat gaat alleen niet vanzelf! De focus bij banken en vermogensbeheerders moet komen te liggen op de meerwaarde die zij bieden in bijvoorbeeld het selecteren van actief beheerde fondsen. Dit heeft onherroepelijk tot gevolg dat er weer meer aandacht moet komen voor een lange termijn beleggingsstrategie. Klanten moeten zich dus herbezinnen wat zij echt willen en zich ook veel meer moeten richten op een lange termijn aanpak van hun beleggingen in plaats van de korte termijn en de waan van de dag. Advies is, in de ogen van klanten, nu heel erg toegespitst op transactie-momenten die weer worden bepaald door hoe de vlag er op de financiële markten bij hangt. Advies wordt dan vrijwel onbetaalbaar. Elke keer als de klant contact heeft met zijn bank of vermogensbeheerder ontvangt hij een factuur en dat werkt averechts op het te behalen rendement. Klanten zijn het meest gebaat bij een lange termijn beheeroplossing als ze de discipline hebben om vast te houden aan een strategie en de waan van de dag de waan van de dag te laten.

Deze column is ook gepubliceerd op www.capitalguards.com en maakt onderdeel uit van de maandelijkse nieuwsbrief van CapitalGuards.

 Naar column overzicht